allesfrans.com

  • De taxatie van een woning

    En taxatie kan je goede diensten bewijzen. Maar ga niet zomaar af op het eerste de beste aanbod voor een taxatie.

  • Code Pénal

    Het Franse wetboek van strafrecht.

  • Een deel van je woning beroepsmatig gebruiken

    Je wilt een woonruimte veranderen in een bedrijfsruimte. In dit artikel lees je er meer over.

  • Franse Kerst- en Nieuwjaarswensen

    Een aantal Franstalige wensen voor op jouw wenskaart voor een Franstalige relatie.

  • Hoeveel kW heb je nodig om te verwarmen?

    Je kunt niet zomaar een berekening maken, want er zijn veel factoren die meespelen.

  
BeginpaginaFranse taalIn de praktijkPraktische tipsHoe vraag je iemand naar zijn of haar naam...

Hoe vraag je iemand naar zijn of haar naam...

woensdag 31 juli 2019 , door Hanjo

...maar ook naar zijn of haar leeftijd, afkomst en talenkennis.

Het vorige artikel in deze rubriek: Hoe feliciteer je iemand in het Frans?
Beoordeling:
Bezoeken: 124
  • Druk dit artikel af
  • Email
  • Reactie
  • RSS

"Hoe heet jij?"

De vraag
Hoe heet jij?
Hoe heet u?
Comment tu t’appelles ?
Comment vous appelez-vous ?
Wat is je naam?
Wat is uw naam?
Quel est ton/votre nom ?
Wie ben jij?
Wie bent u?
Qui es-tu ?
Qui êtes-vous ?
Het antwoord
Ik heet ... Je m’appelle ...
Mijn naam is ... Mon nom est ...
Ik ben ... Je suis ...

"Hoe oud ben jij?"

De vraag
Hoe oud ben jij?
Hoe oud bent u?
Quel âge as-tu ?
Quel âge avez-vous ?
Wanneer is je verjaardag?
Wanneer is uw verjaardag?
Quand est ton/votre anniversaire ?
Wanneer ben je geboren?
Wanneer bent u geboren?
Quand es-tu né(e) ?
Quand êtes-vous né(e) ?
Het antwoord
Ik ben ... jaar oud. J’ai ... ans.
Mijn verjaardag is ... Mon anniversaire est le ...

"Waar kom je vandaan?"

De vraag
Waar kom je vandaan?
Waar komt u vandaan?
D’où viens-tu ?
D’où venez-vous ?
Van welk land ben je afkomstig?
Van welk land bent u afkomstig?
De quel pays êtes-vous ?
Vanwaar ben je afkomstig?
Vanwaar bent u afkomstig?
De quelle origine es-tu ?
De quelle origine êtes-vous ?
Waar woon je?
Waar woont u?
Où habites-tu ?
Où habitez-vous ?
Het antwoord
Ik kom van/uit ... Je viens de ...
Ik ben afkomstig van/uit ... Je suis d’origine ...
Ik woon in ... J’habite à ...
Ik leef in ... Je vis à ...

"Welke talen spreek jij?"

De vraag
Welke talen spreek jij ?
Welke talen spreekt u?
Quelles langues parlez-vous ?
Spreekt u ...? Parlez-vous ...?
Kan jij ... spreken? Sais-tu parler ...?
Kunt u in het ... spreken, alstublieft? Pourriez-vous parler en ..., s’il vous plaît?
Het antwoord
Ik spreek ... Je parle ...
Ik kan ... spreken. Je sais parler ...

"Hoe heet jij?"

De vraag
Hoe heet jij?
Hoe heet u?
Comment tu t’appelles ?
Comment vous appelez-vous ?
Wat is je naam?
Wat is uw naam?
Quel est ton/votre nom ?
Wie ben jij?
Wie bent u?
Qui es-tu ?
Qui êtes-vous ?
Het antwoord
Ik heet ... Je m’appelle ...
Mijn naam is ... Mon nom est ...
Ik ben ... Je suis ...

"Hoe oud ben jij?"

De vraag
Hoe oud ben jij?
Hoe oud bent u?
Quel âge as-tu ?
Quel âge avez-vous ?
Wanneer is je verjaardag?
Wanneer is uw verjaardag?
Quand est ton/votre anniversaire ?
Wanneer ben je geboren?
Wanneer bent u geboren?
Quand es-tu né(e) ?
Quand êtes-vous né(e) ?
Het antwoord
Ik ben ... jaar oud. J’ai ... ans.
Mijn verjaardag is ... Mon anniversaire est le ...

"Waar kom je vandaan?"

De vraag
Waar kom je vandaan?
Waar komt u vandaan?
D’où viens-tu ?
D’où venez-vous ?
Van welk land ben je afkomstig?
Van welk land bent u afkomstig?
De quel pays êtes-vous ?
Vanwaar ben je afkomstig?
Vanwaar bent u afkomstig?
De quelle origine es-tu ?
De quelle origine êtes-vous ?
Waar woon je?
Waar woont u?
Où habites-tu ?
Où habitez-vous ?
Het antwoord
Ik kom van/uit ... Je viens de ...
Ik ben afkomstig van/uit ... Je suis d’origine ...
Ik woon in ... J’habite à ...
Ik leef in ... Je vis à ...

"Welke talen spreek jij?"

De vraag
Welke talen spreek jij ?
Welke talen spreekt u?
Quelles langues parlez-vous ?
Spreekt u ...? Parlez-vous ...?
Kan jij ... spreken? Sais-tu parler ...?
Kunt u in het ... spreken, alstublieft? Pourriez-vous parler en ..., s’il vous plaît?
Het antwoord
Ik spreek ... Je parle ...
Ik kan ... spreken. Je sais parler ...

Een conversatie

Sophie: Bonjour, je m’appelle Sophie. Et toi ? Hallo, ik heet Sophie. En jij?
Marc: Salut, je suis Marc. Enchanté ! Hoi, ik ben Marc. Aangenaam!
Sophie: Marc, c’est un nom anglais, non ? Viens-tu d’Angleterre ? Marc, is dat geen Engelse naam? Kom jij uit Engeland?
Marc: Non, je suis d’origine néerlandaise. Nee, ik ben uit Nederland afkomstig.
Sophie: Chouette! Sais-tu parler anglais alors ? Leuk! Kan je dan ook Engels spreken?
Marc: Oui, je parle trois langues: le néerlandais, l’anglais et le français. Ja, ik spreek drie talen: Nederlands, Engels en Frans.

 

Het volgende artikel in deze rubriek:

  • Hoeveelheden

    In dit artikel vind je de Franse benaming van enkele veelgebruikte hoeveelheden.

Reacties

Allesfrans, ook voor:
  • Tuinrecepten

    AllesFrans, ook voor tuinrecepten: recepten voor en uit de tuin.

  • Bouwen en verbouwen

    Alles over het bouwen en verbouwen van jouw huis in Frankrijk en hulp met de benamingen.

  • Onze ervaringen

    Onze ervaringen en projecten. De plannen en hun uitvoering.

  • Vakantie in Frankrijk

    Genieten, maar je ook aan de regels houden...

Allesfrans, ook voor:
  • Onze ervaringen

    Onze ervaringen en projecten. De plannen en hun uitvoering.

  • Medisch

    Naar de dokter, de specialist, het ziekenhuis. Hoe werkt de zorgverzekering en hoe kom ik aan een nieuwe bril?

  • Franse samenleving

    We helpen je de Fransen wat beter leren begrijpen.

© allez-allier/allesfrans 2008-2019 | SPIP | Plan | Mention |